Lights

De langetermijnaanpak

In het ideale geval streven sporters naar een competitiegewicht dat hun natuurlijke gewicht, bij een normaal vetpercentage, maximaal benadert. Moet een sporter toch duurzaam afvallen, dan is een langetermijnaanpak de enige verstandige keuze. Een matig energietekort (500 kcal/dag minder innemen dan verbruikt) kan een gewichtsverlies van een halve kilo per week opleveren.

Een drastische energiebeperking kan aantrekkelijker lijken, maar heeft ernstige nadelen. Een groot energietekort - door heel hard te trainen, heel weinig te eten, of een combinatie van beide maatregelen - leidt tot verminderde kracht en slechtere recuperatie van inspanningen. Dat verhoogt het risico op blessures of ziekte, en zet zo trainingsschema’s onder druk. Bovendien zijn te strenge diëten moeilijk vol te houden; naarmate mensen in hun oude eetpatroon vervallen, krijgen ze ook hun oude gewicht terug. Houden ze een onevenwichtige, extreem lage energie-inname wél vol, dan kan dat hun stofwisseling en de dichtheid van hun botten aantasten en allerlei voedingstekorten veroorzaken. Bij jonge sporters kan zo’n dieet de normale groei en ontwikkeling remmen. 

Een vermageringsdieet mag niet beletten dat een sporter kan blijven trainen. Je moet altijd voldoende koolhydraten binnenkrijgen, maar ook voldoende mineralen en vitaminen. De eiwitbehoefte van 1,2 tot 1,5 g per kg lichaamsgewicht stelt zelden een probleem. Toch is het slim om telkens ook een eiwitbron in je maaltijd op te nemen, omdat eiwitten je honger beter stillen, verlies van spiermassa beperken en bijdragen tot het herstel van eventuele schade aan je spierweefsel. 

Vermageren wil dus zeggen: extra verstandig eten en niet zomaar voedingsmiddelen schrappen die een sportend lichaam nodig heeft. Frisdrank, vette of zoete snacks, alcohol en andere voedingsmiddelen die wel energie leveren maar verder weinig voedingswaarde hebben, mag je wel schrappen. 


Contacteer ons Privacy Cookies Gebruiksvoorwaarden