Lights

Een sport kiezen voor je kind

Een kind kan het best doen wat het leuk vindt, maar dan moet het wel alle mogelijkheden kennen. Je zoon of dochter moet dus kennis kunnen maken met alle sporten die binnen het budget en de planning van het gezin passen.


Vijf stappen om samen met je kind een sport te kiezen

Stap 1: maak een longlist

Vertel je kind over de jeugdsportopleidingen die je in een halfuur rijden kunt bereiken. Toon filmpjes van sporten die het kind niet kent.

 

Stap 2: maak een shortlist

Maak samen een lijstje van bijvoorbeeld vijf sporten die je kind het meest boeien. Als jongens op ballet willen en meisjes op voetbal, dan is dat prima. Ouders hangen meer vast aan clichés dan kinderen.

 

Stap 3: ga kijken en testen

Ga langs bij de vijf clubs, laat je kind een training of wedstrijd bekijken en vraag de trainer of jouw kind ook eens mag proberen. Ook sportkampen voor beginners zijn een uitstekende manier om met een sport kennis te maken. Op de websites van Sporta en Sport Vlaanderen vind je veel informatie over sportkampen.

 

Stap 4: hou rekening met talent en lichaamsbouw

Kies uit sporten die het kind even leuk vindt de sport of sporten die het best bij de aangeboren kenmerken van je kind passen. De meeste kinderen doen iets liever naarmate ze er talent voor hebben en er lichamelijk geschikt voor zijn.

 

Stap 5: medisch onderzoek

Ga met je kind op sportmedisch onderzoek, zodat eventuele (verborgen) problemen kunnen worden aangepakt. De sportarts kan na dit onderzoek ook sportadvies op maat van het kind geven.

 

Tip: blijf in de buurt.
Onderzoek toont dat kinderen die in de buurt van sportvelden of -hallen wonen, meer aan sport doen. Veel ouders pendelen zich suf om hun kind op het hoogst mogelijke niveau te laten sporten. Voor basisschoolkinderen is dat niet voordelig. Het is af te raden dat ouders langer dan een halfuur moeten rijden om hun kind naar de training te brengen.

 

Adviezen per leeftijdsgroep

Kleuters

Kleuters hoeven niet te sporten. Start zeker niet met competitiesport onder de leeftijd van zes jaar. Laat kinderen deelnemen aan de bewegingsschool en Multimove, met name als ze thuis geen avontuurlijke tuin hebben of als er geen speelparkje in de buurt is.

 

Kinderen van zes tot twaalf jaar

Kort na de start van de basisschool, vanaf zes of zeven jaar, zijn kinderen doorgaans goed in staat én bereid om een sport te leren. Geef ze de kans om meerdere sporten te beoefenen, waaronder ook een sport zonder competitieprogramma. De nevensport kan de hoofdsport compenseren doordat ze andere lichaamsdelen extra oefent — tennis en voetbal bijvoorbeeld — of je kunt een technische sport als gymnastiek of zwemmen combineren met een duursport als fietsen of hardlopen. Als combineren niet mogelijk is, dan kun je een kind voorstellen zich aan te sluiten bij een jeugdbeweging, waar kinderen talloze spelletjes spelen en allerlei motorische basisvaardigheden verwerven.

 

Middelbareschoolleeftijd

Ten vroegste vanaf 12 jaar kun je focussen op één sport, al blijft het ook dan verstandig een kind nog andere sporten aan te bieden of trainingen waarbij andere spiergroepen en vaardigheden worden geoefend, zoals stabiliteits-, flexibiliteits- of krachtoefeningen. Naarmate een tiener meer zin in één bepaalde sport blijkt te hebben, kan het de moeite lonen daar voluit voor te gaan. Zorg zelfs dan nog voor een plan B, zodat je tiener niet kopje-onder gaat als het fout loopt. Op koers blijven om een diploma te halen en minstens nog één andere interesse hebben dan sport is belangrijk.

 

Het SportKompas

De Universiteit Gent heeft het ‘SportKompas’ ontwikkeld, dat al in enkele basisscholen en gemeenten wordt gebruikt. Het SportKompas is een batterij tests die kinderen in de richting leidt van de meest geschikte sport, of sporten, want met dezelfde kwaliteiten kun je in meerdere sporttakken aan de slag.
Voorlopig kunnen ouders zelf geen onderzoek via het SportKompas vragen.

 

Multimove

Multimove is een initiatief van de Vlaamse overheid dat scholen, sportclubs of speeltuinen een gevarieerd programma aanbiedt waarmee kinderen twaalf algemene vaardigheden oefenen: dribbelen, glijden, heffen, klimmen, roteren, slaan, springen en landen, trappen, trekken en duwen, vangen en werpen, lopen en rennen, en zwaaien.
Ook thuis kun je ermee aan de slag als je ‘multimove’ googelt.

Onderzoek uit 2014 toont aan dat kinderen die deelnemen aan Multimove, duidelijke vooruitgang in de algemene motoriek vertonen.

 

Bewegingsscholen

In diverse Vlaamse gemeenten worden ‘bewegingsscholen’ georganiseerd om kleuters en jonge basisschoolkinderen spelenderwijs sport- en bewegingsvaardigheden bij te brengen. Een sportzaal wordt dan volgestouwd met gymtoestellen, touwen en andere hindernissen die samen een parcours vormen dat kleuters klauterend, springend, kruipend of rennend afleggen. Trek je sportkleren maar aan, want de ouders doen mee!

 

Wat als je kind geen zin (meer) heeft in sport?

Dan is dat maar zo. Er zijn voorbeelden zat van gezonde volwassenen die nooit hebben gesport. Zorg wel dat je kind voldoende beweegt. Praat er in elk geval over als je kind niet wil sporten, want mogelijk verbergt die tegenzin een emotioneel probleem, schaamte over het gewicht of een ander uiterlijk kenmerk …

Het is opvallend hoe vaak kinderen rond de leeftijd van elf of twaalf jaar hun zinnen op een andere sport zetten of afhaken. Hun lichaam, school en vriendenkring veranderen en hun persoonlijkheid krijgt vorm. Als ze door hun ouders werden verplicht om een bepaalde sport te doen, dan pikken ze dat niet langer. Intussen moet steeds meer tijd naar de studies gaan en is er concurrentie van nieuwe verleidingen: muziek, uitgaan, een vriend of vriendin … Zelfs als jij en je kind zorgvuldig een sport kiezen, dan heb je nog geen garantie dat je kind die sport op de lange termijn leuk blijft vinden.

 

De zin en onzin van vroeg specialiseren

Vroege specialisatie zie je vaak in technische sporten waarbij atleten — meisjes meestal — al op zeer jonge leeftijd pieken, zoals zwemmen, gymnastiek, kunstschaatsen of ballet. Er is niets mis met vroeg beginnen te sporten, maar wel met vroeg op slechts één sport focussen.

Je vroeg specialiseren — vanaf zes of zeven jaar — is een wilde gok, want op die leeftijd zijn talenten of mentale kenmerken nog heel moeilijk in kaart te brengen. De kans dat dát goed uitdraait, is miniem. Intussen stel je je kind wel bloot aan eenzijdige training, want het leert dan alleen die vaardigheden die voor die ene sport van belang zijn. Hoe beperkter die vaardigheden, des te groter is het risico op blessures als het kind een andere sport gaat doen, en des te groter de kans dat een jongen of meisje uiteindelijk stopt met sporten in het algemeen.

Kleuters en basisschoolkinderen moeten vooral sporten om plezier te hebben, gezond te blijven en de basis te leggen voor voldoende lichaamsbeweging later. Onder de leeftijd van zes jaar horen kinderen niet aan competitiesport te doen.

 


Contacteer ons Privacy Cookies Gebruiksvoorwaarden