Lights

Hoeveel drinken?

Je moet minstens evenveel drinken als de hoeveelheid vocht die je tijdens het sporten verliest. Tracht je vochtverlies te beperken tot hooguit 1 % van je lichaamsgewicht door al tijdens het sporten geregeld te drinken.

Sporters kunnen hun vochtbehoefte inschatten door zich voor en na het sporten te wegen - bij voorkeur naakt, anders weeg je na het sporten het zweet in je kleren mee. Wat je minder weegt, ben je tijdens het sporten door je ademhaling en zweet kwijtgespeeld. 

Hou wel rekening met wat je tussen de twee weegmomenten eventueel hebt gedronken. Bijvoorbeeld: al je voor het sporten 70 kg woog, na het sporten 68 kg, en tijdens het sporten heb je een halve liter water gedronken, dan heb je in het totaal 2,5 l vocht verloren. Dat is dan ook de hoeveelheid die je de volgende keer - gespreid over diverse momenten tijdens of kort na een soortgelijke inspanning - zeker moet drinken. 

Tijdens de inspanning kunnen sporters 30 tot 70 % van het vochtverlies aanvullen. De rest maak je zo snel mogelijk na het sporten goed.

 

Het belang van een vlotte maaglediging

Nog belangrijk om te weten: het vocht dat je drinkt of dat je met je voeding binnenkrijgt, wordt hoofdzakelijk in je darmen opgenomen in het bloed en niet in je maag. Een spoedige ‘maaglediging’ is dus van groot belang voor sporters.


Onderliggende pagina's:

Het belang van een vlotte maaglediging

Contacteer ons Privacy Cookies Gebruiksvoorwaarden